Wat is actief schrijven

Wil je leuke en aantrekkelijke teksten schrijven? Dan is de belangrijkste tip misschien wel deze: schrijf actief. Gebruik zoveel mogelijk actieve zinnen en vermijd passief taalgebruik.

Maar wat is dat eigenlijk, actief schrijven? En waarom zijn actieve zinnen aantrekkelijker om te lezen dan passief geschreven zinnen? En mag je dan echt nooit passief schrijven? Hieronder lees je er alles over en leg ik uit hoe je dat actieve schrijven aanpakt.

Wat is actief schrijven?

Actief schrijven betekent dat je zinnen schrijft waarin het onderwerp actief is. Het doet iets. Actief schrijven is het tegenovergestelde van passief schrijven. Schrijf je passief, dan ondergaat het onderwerp in een zin iets. Oftewel: het onderwerp is passief.

Voorbeelden actieve zinnen en passieve zinnen

Klinkt moeilijk? Is het eigenlijk helemaal niet. Kijk naar de onderstaande voorbeeldzinnen:

  1. David gooit de bal.
  2. De bal wordt door David gegooid.

Het onderwerp van zin 1. is David. David doet iets, namelijk gooien. Zin 1. is dus actief. In de tweede zin is het onderwerp de bal. De bal doet zelf niets, maar ondergaat iets, namelijk het gegooid worden. Zin 2. is dus passief.

Zo kun je alles wat je wil zeggen zowel actief als passief opschrijven:

  1. Ik zette de tv aan. (Actief)
  2. De tv werd door mij aangezet. (Passief)

En:

  1. Het meisje leest iedere ochtend een stukje uit de bijbel. (Actief)
  2. Iedere ochtend wordt een stukje uit de bijbel door het meisje gelezen. (Passief)

Waarom is actief schrijven beter?

Het zal je bij het bekijken van bovenstaande voorbeelden al zijn opgevallen dat de actieve zinnen een stuk aantrekkelijker zijn dan de passieve. Het is dan ook niet moeilijk voor te stellen dat een tekst met actieve zinnen veel prettiger wegleest dan een tekst vol met zinnen als ‘iedere ochtend wordt een stukje bijbel door het meisje gelezen’. Daar kom je echt niet doorheen, geloof me.

Maar waarom is dat? Waarom leest een actief geschreven tekst lekkerder weg? Twee supersimpele redenen:

  • Actieve zinnen zijn korter, waardoor je minder moeite moet doen om ze te lezen. Dat is fijn.
  • De structuur van een actieve zin is simpeler dan die van een passieve zin. Ook daardoor wordt hij makkelijker om te lezen. Passieve zinnen worden als snel moeilijk of vaag.

De belangrijkste reden om actief te schrijven is echter dat je op die manier de lezer meer betrekt bij je verhaal. De tekst maakt indruk, blijft beter hangen en gaat daardoor meer ‘leven’. Bij passieve zinnen is het juist omgekeerd, die krijgen al gauw iets afstandelijks. Waarom is dat dan weer?

Waarom maken actieve zinnen meer indruk?

Een tekst kan veel doelen hebben, maar één ding staat altijd vast: je wilt iets communiceren aan de lezer. En die lezer kan iedereen zijn, maar ook hier weet je één ding zeker: het is een mens. Mensen hebben gevoelens en één van de sterkste gevoelens is empathie, oftewel inlevingsvermogen. Mensen voelen mee met andere mensen (en meestal niet met dingen).

Als je dus indruk wil maken en wilt dat wat je zegt blijft hangen, moet je zorgen dat de lezer zich in kan leven in je verhaal. Actief schrijven is daar heel geschikt voor, omdat een actief onderwerp bijna altijd een mens is. In tegenstelling tot wanneer je passief schrijft (waarbij vaak een ding waarmee iets gebeurt het onderwerp is), staat bij een actieve zin een actief mens centraal. Dat maakt indruk, want dat is voor iedere lezer herkenbaar.

Vergelijk nog eens:

  1. Het meisje leest iedere ochtend een stukje uit de Bijbel.

En

  1. Iedere ochtend wordt een stukje uit de Bijbel door het meisje gelezen.

Wanneer je de eerste zin leest zie je het meisje voor je zitten lezen in de Bijbel. Je kunt het je voorstellen, omdat je jezelf in kunt leven in het onderwerp van de zin (het meisje). De tweede zin werkt dat niet, omdat je jezelf niet in het onderwerp in kunt leven in (een stukje Bijbel dat gelezen wordt).

Is actief schrijven altijd beter dan passief schrijven?

Het is dus een goed idee om zoveel mogelijk actief te schrijven. Deze regel is echter niet heilig. Er zijn namelijk ook gevallen wanneer je toch beter passief schrijft.

Wanneer een persoon ook daadwerkelijk passief is

Het kan gebeuren dat iets schrijft over iemand die iets ondergaat, in plaats van iemand die zelf een handeling uitvoert. Bijvoorbeeld:

De man werd geraakt door een verdwaalde kogel.

Of:

Hij zat in een donkere kamer en z’n armen waren vastgeketend aan de muur.

Het is in deze gevallen minder interessant om de zinnen actief te maken, omdat je juist wil benadrukken dat er dingen gebeuren die buiten de macht van je subject liggen. Bovendien lenen verdwaalde kogels en muren zich natuurlijk niet echt lekker voor empathische gevoelens (toch?).

Om objectiviteit te benadrukken

Bij bepaalde tekstvormen, zoals academische papers en juridische teksten, draait het vooral om objectiviteit. Dan wil je juist geen subjectiviteit suggereren of benadrukken dat iets het resultaat is van een standpunt. Hoewel ook in deze kringen tegenwoordig meer en meer het belang van actieve taal wordt onderkend, worden de resultaten altijd gepresenteerd in de passieve vorm. Dus niet:

Samen met mijn medeonderzoekers concludeer dat lezers actieve zinnen makkelijker begrijpen dan passieve zinnen.

Maar:

Geconcludeerd wordt dat actieve zinnen beter begrepen worden.

Als je juist geen indruk wilt maken

Door je boodschap in actieve zinnen te verpakken, komen ze harder aan. Soms wil je dat juist niet, bijvoorbeeld als de boodschap niet zo positief is. Dan houd je het liever wat koeltjes. Neem een tandarts tegen zijn patiënt:

De kies zal moeten worden getrokken.

Dat klinkt toch een stuk prettiger dan:

Ik trek straks je kies.

Of zoals ze het bij Windows graag zeggen:

Er is een fout opgetreden

Zo schrijf je actief

Er zijn dus uitzonderlijke gevallen waarin je beter passief schrijft. In de meeste gevallen wil je echter zoveel mogelijk actieve zinnen gebruiken. Hoe pak je dat aan, een actieve zin schrijven? Stap voor stap:

  1. Bedenk wat je wil zeggen.
  2. Ga op zoek naar wat er gedaan wordt. Dit is het werkwoord van de zin.
  3. Ga na wie of wat iets doet. Dit is het onderwerp van je zin.
  4. Vraag je af wie of wat die handeling ondergaat. Dit is het lijdend voorwerp van de zin.
  5. Schrijf je zin nu zo op: [onderwerp] [werkwoord] [lijdend voorwerp].

 

Succes! Kom je er niet uit of heb je vragen over actief schrijven? Stel ze dan hieronder of neem contact op en dan help ik je verder. Ook kan ik als tekstschrijver of copywriter voor je aan de slag gaan. Tot snel!

One Comment

Leave a Reply